De huishouding van het klooster

De proost had de leiding over de inkomsten van het klooster. Daarin speelden de pachthoeves een belangrijke rol, waaronder de pachthoeve die in 1759 naar een ontwerp van de Akense architect Couven op het kloosterterrein werd gebouwd.

Het klooster St. Gerlach beschikte daarnaast al sinds de middeleeuwen in het Land van Valkenburg over diverse pachthoeves buiten de kloostermuren. Het gaat onder andere om hoeve Cardenbeek in Klimmen, de Ruyssche molen in Klimmen, hoeve Dolberg in Klimmen, hoeve Printhagen in Beek, de hof van Raer in Meerssen, pachthoeve De Heek, de Tiendhof in Oirsbeek en de Walemerhof te Schin op Geul.

Verder speelden de kloostertuinen een belangrijke rol in de economie van het klooster.

In 1279 kwam het klooster in het bezit van een refugiehuis in Maastricht in de Stokstraat 55. In tijden van oorlog en rampspoed konden kloosterlingen zichzelf en de kostbaarste bezittingen in dit refugiehuis in veiligheid brengen.

Ook het kloosterbos ten noorden van het klooster St. Gerlach en de beemden van de Geul zorgden voor inkomsten en goederen voor het klooster, waaronder hout en hooi.

partners

donateurs

familie Beijer
© 2025 WaarvanAkte.eu, een initiatief van Stichting Limburgse Oorkonden
Gemaakt door Hive Collective